Wim Pannekeet aanschouwde meer dan driekwart eeuw geleden voor het eerst het daglicht.
Zelf vertelt hij over die dag: “Vijfentwintig
mei 1928 was een bijzondere dag voor de hele Lindenlaan. Nee, niet omdat ik die
dag werd geboren. Op diezelfde dag vierde de bakkersknecht van Van de Pol
namelijk ook zijn zilveren jubileum. Van de Pol had voor die gelegenheid de
fanfare laten aanrukken en de hele buurt was uitgelopen om naar dat feestelijke
openluchtconcert te luisteren. Floris heette de jubilaris. Hij woonde destijds
in de Boomkampstraat en had er samen met zijn vrouw een klein textielwinkeltje.
Zelf werkte hij in de bakkerij van Van de Pol en zijn vrouw stond in hun eigen
winkeltje. Tijdens dat gedenkwaardige openluchtconcert lag mevrouw Van de Pol,
net als mijn eigen moeder, in het kraambed om de ooievaar te verwelkomen. Ze
kregen beiden die dag een zoon. Daarvan was ik er een.’’
Marskramer
Vrijwel moeiteloos lepelt Wim Pannekeet die nog altijd aan
de Lindenlaan woont, de neringdoenden op die er in zijn jeugd zaten: “Aan de
overkant had je twee kruideniers, de sigarenwinkel, de slager, de loodgieter,
drie groentezaken, de drogist, de borstelfabriek, een broodfabriek, café
Klazing, de bakker, de visboer, marskramer Jacob, de kapper en de stoffeerder.
Aan deze kant waren dat bakkerij van de Pol, de bibliotheek, sigarenmaker Kaal,
twee schoenmakers, een drukkerij, ons eigen timmerbedrijf, melkboer Oud,
toneeluitgeverij Vink, het winkeltje met rooms katholieke relieken, de
huisschilder, het pension en de wasserij. En helemaal op de hoek zat café
Huibers. Dat was zo ongeveer het café waar de hele buurt samenkwam als er weer
eens wat te vieren was.’’

Familiehuis
Wim Pannekeet is overigens niet de enige telg uit zijn familie
die op de Lindenlaan werd geboren. Zijn grootvader kwam er ook ter wereld.
Diens geboortehuisje, dat ongeveer in het midden van de Lindenlaan stond, werd
rond 1943 gesloopt.Achter dat oude familiehuis begon Wims vader Jack in een
schuurtje het timmerbedrijfje dat later tot een van de gezichtsbepalende
bedrijven van de buurt zou uitgroeien. Vader Jack Pannekeet timmerde niet alleen,
hij verhuurde ook handkarren en de ruim tien bakkerskarren van Van de Pol waren
bij vader Pannekeet in onderhoud. Wim: “Die karren stonden rechts van dat
huisje. Het waren er wel een stuk of twintig. Mijn vader had de handkarren
‘ge-orven’ van een familielid dat handelde in planken en boomstammen. Vaste
klanten voor de verhuur waren onder andere de schillenboer, de kachelsmid en de
meubelmaker. En dan had je ook nog meneer Haring, die liep iedere week een paar
keer met een handkar vol haring - ja het is echt waar! – naar Castricum op en
neer. Vooral in de oorlog was er heel wat vraag naar handkarren. Toen lag de
handel stil en moesten de mensen voedsel halen op het platteland. Alles ging
toen te voet. Er waren zelfs twee Alkmaarse jongens die helemaal met een
handkar naar Friesland op en neer zijn gelopen. Dat was echter nog niets
vergeleken met die twee mensen uit Leiden, die in Noord Scharwoude zoveel
aardappelen op hun kar hadden geladen dat een van de wielen het begaf. Toen ze
bij mijn vader een andere kar te leen vroegen, maakte hij daar geen punt van.
Een paar weken later zijn ze lopend vanuit Leiden weer naar Alkmaar gekomen om
hun inmiddels gerepareerde kar op te halen en die van mijn vader terug te
brengen.’’
Koperwerk
In die oorlogsjaren had men voor timmerbedrijf Pannekeet
soms een geheime opdracht. In menige houten vloer werd onder de eettafel een
luik gezaagd. Via dat luik konden onderduikers zich uit de voeten maken als er
weer eens een razzia in de straat werd gehouden. Maar ook speciale kistjes
waarin het koperwerk werd begraven behoorden tot de typisch aan de oorlog gebonden
opdrachten. Vanwege kopergebrek moest namelijk ieder stukje koperwerk ingeleverd
worden om in Duitsland tot kogelhuls te worden omgesmolten. Maar daar voelden
de meeste Hollanders niets voor.
Later verhuisde de timmermanswerkplaats, annex wagenmakerij
en –verhuurbedrijf Pannekeet naar nummer 78 in de Lindenlaan. Daar heeft het
bedrijf, waarin Wim en zijn broer Jack werkten tot 1973 kunnen bestaan, mede
omdat veel huisjesmelkers hun bezit door Pannekeet lieten onderhouden. In dat
jaar brak de oliecrisis uit en ging het steeds slechter met het bedrijf. Jack
werd badmeester in zwembad de Hoornsevaart en Wim ging bij een baas in dezelfde
branche werken.
Jukebox
Wim Pannekeet weet nog goed dat in het huidige café De Boemelaar
vroeger Klasing zat. ,,Zeker in het begin van de dertiger jaren was het er
altijd even druk. Dat kwam omdat Klasing een van de eerste kasteleins was die
een jukebox in zijn zaak had. Neen, niet zo’n modern ding waarin je een kwartje
moest gooien om een plaatje te horen, neen het was zo’n ouderwetse grammofoon
met een slinger, een grote hoorn en heuse naalden van het merk His Masters
Voice. Later heb ik ooit nog eens een grijsgedraaide 78-toerenplaat van mevrouw
Klasing gekregen. Ik weet nog precies welke tekst het was. ‘Drink een biertje
dan kikker je op. Bier drijft al je zorgen uit je kop. Je voelt je zo fris en
gezond als een vis, het is net of er geen malaise meer is’. Over dat bier van
Klasing kan ik je overigens nog wat aardigs vertellen. Het werd in houten vaten
op een paardenwagen gebracht. Maar niet alle vaten werden op de tap
aangesloten. Achter in het schuurtje had Klasing een paar spoelbakken en een
flessenreiniger staan. Daar maakte hij honderden beugelflessen schoon en vulde
die met bier dat hem in vaten was geleverd. Een van de vaste klanten van
Klasing was Meindert de Jong. Die was als houthakker in dienst van de gemeente
Alkmaar. Zijn baas, de heer Pijper, kwam er ook altijd en die niet in het café
zat, dan kon je hem wel vinden op een stoel voor zijn huis. Pijper had een
kantoortje bij de lighallen aan de Akerslaan. Daar lagen de TBC- patiënten in
de buitenlucht te rusten. Vliegende tering noemden we die ziekte toen.’’
Feestkriebels
Als het oktober werd, dan kreeg men vroeger in de Lindenlaan
al weken van te voren feestkriebels. Ieder jaar opnieuw werden er honderden
lampionnen in de bomen gehangen en rond de stam van de boor bloeiden de
dahlia’s weelderig. Wie de mooiste boom voor zijn huis had staan kon daarmee
een prijs verdienen. Op 8 oktober werd het straatfeest deels gevierd in café
Huibers.Het hoogtepunt van de dag brak aan als het ‘vrolijke rad van avontuur’
tevoorschijn kwam en er prijzen waren te verdienen. Wim Pannekeet: Ik hoor nog
het ratelen van de veer over de spijker. Behalve dan die ene avond toen de veer
plotseling brak. Nu woonde bij ons in de straat ook een vrouw die door iedereen
‘Tante Wortel’ werd genoemd. Dat was de moeder van de onlangs overleden
kunstenares Ans Wortel. Tante Wortel was net zo creatief als haar kunstzinnige
dochter en niet voor één gat te vangen. Toen zij zag dat de veer van het rad
van avontuur brak, trok zij zich discreet terug op het toilet en haalde daar
een stalen balein uit haar korset. Daarmee werd de avond gered.’’
Schlemiel
Zoals vroeger bijna in iedere straat een ‘pispaaltje’ was
te vinden, had ook de Lindenlaan zijn eigen ‘schlemiel’ die het moest ontgelden
als er iemand moest worden beetgenomen. Zodra de heer De Kort het café
binnenkwam werd hij door de stamgasten geplaagd. Toch was De Kort niet een van
de kleinste zakenmannen aan de Lindenlaan Hij had een bedrijf waar werd op de
begane grond werd gezandstraald en op de eerste verdieping werd vernikkeld.
Pannekeet: ,,Dankzij de fabriek van De Kort heeft menige fiets aan een tweede
leven kunnen beginnen. Eigenlijk kocht je vroeger maar één keer een fiets in je
leven. Was die niet meer helemaal de oude, dan werd die uit elkaar gehaald.
Alle bruikbare onderdelen werden gezandstraald en opnieuw in de speciale fietsenlak
gezet. Als de lak was gemoffeld werden er met goudverf biezen op getrokken en
kwamen er ook nog nieuwe plakplaatjes, meestal van een ander merk dan de fiets
zelf, op. Zo kon een Gazellefiets een paar dagen later een nieuw leven als
BSA-fiets beginnen. Dat was nog in de tijd dat er op iedere fiets een
belastingplaatje moest zitten. Ieder jaar moest je een nieuwe plaatje kopen.
Wie van de steun leefde en geen nieuw plaatje kon betalen, kreeg een plaatje
waarin een gat was geboord. Zo kon iedereen dan zien dat je straatarm was. De
oude plaatjes leverde je in bij de herenmodezaak van Gijssen aan de
Langestraat. Die had speciaal voor dat doel een raam laten ontwerpen. In dat
raam zat een gleuf en ieder ingeleverd fietsplaatje belandde in de etalage. Zo
kon iedereen zien hoeveel plaatjes er al voor de missie van de rooms katholieke
kerk waren ingezameld.’’
Nu nog altijd hanteert Wim Pannekeet de timmermanshamer. Nu echter als decorbouwer voor de operettevereniging Odeon. ,,Wat heeft een mens aan stilzitten? Het is bovendien leuk en dankbaar werk.’’ (+/-2003)
De Lindenlaan
gezien vanaf bakkerij de Pol
Een advertentie uit 1936